LINK

TIJDSCHRIFT VOOR LINKS-LIBERALISME

LINK 7 – februari 2007

link_2007_02_cover
Op 6 augustus 2006 ontviel ons Hugo Schiltz. Bij de redactie van LINK rijpte het idee om een hommage- nummer te brengen aan iemand die ons project een warm hart toedroeg. Reeds in ons vorige nummer, het eerste dat volgde op zijn overlijden, werd het eerbetoon van Godfried van der Perre gepubliceerd. De tijd was toen te kort om het volledige nummer rond Hugo op te bouwen, temeer we auteurs wensten aan te trekken uit het ruime werkveld waarin Hugo actief was. Het was een aangename vaststelling dat alle aangezochte personen dadelijk en zonder voorbehoud bereid waren dit nummer te stofferen. Meer nog: stuk voor stuk vonden ze het een eer een bijdrage te kunnen neerpennen voor iemand waarvoor ze, zoals U straks bij het lezen wel zult vaststellen, een grote waardering en een intense band mee hadden opgebouwd. We hadden nog prominenten uit de kunstwereld, collega’s uit zijn academische activiteiten en grote spelers uit het economisch veld kunnen aanspreken. Maar dit had de opzet van dit tijdschrift overstegen. We hebben ons dus opzettelijk beperkt.

Met dit nummer slaagt LINK er wel in om diverse facetten van zijn politieke handelen te belichten. Dat net twee journalisten, Kris Hoflack en Pol Vandendriessche, die momenteel beiden leidinggevend zijn bij de grootste tv-stations van Vlaanderen, bereid waren een persoonlijke gekleurde bijdrage te leveren, zegt veel over de waardering die in hun middens voor Hugo Schiltz bestond. Het kostte evenmin moeite om twee toenmalige collega’s vice-premiers, beiden van de andere taalrol, beiden aanvankelijk sceptisch en misschien zelfs diametraal tegenover hem gepositioneerd, een eerbetoon te laten schrijven. Philippe Moureaux en Melchior Wathelet beschrijven hoe hun aanvankelijke scepsis vergroeide tot een ware vriendschap, in volle respect voor hun oud-collega die zijn principes niet verloochende.

Het interview met Vic Anciaux en het artikel van Frank Ingelaere bieden ons een inzicht in de moei-zame strijd die Hugo vaak ook in eigen kringen moest voeren om zijn politieke dromen te realiseren. En dat die dromen naast een verregaand federalisme ook een strijd voor een pluralistische samenleving omvatten, mag onderlijnd worden. U zult het me vergeven dat zijn pleidooi voor een links-liberale partij me nog steeds beroert.
Waar de bijdrage van Frans-Jos Verdoodt ons een schets geeft van een gezamenlijke strijd die hij met Hugo voerde voor een welbepaald dossier, de realisatie van een onafhankelijk archief en documentatiecentrum van het Vlaams-Nationalisme, zet Herman Lauwers op een bijzonder warme, gevarieerde en zelfs humoristische wijze een totaalbeeld van Hugo neer. Het is een portret geworden zoals enkel de beste schilders kunnen maken.

Deze hommage zou geen echte hommage aan Hugo zijn mochten we ook de nieuwe generatie niet aan het woord laten. Thomas Leys durfde het aan om na te denken over morgen. Ik weet dat Hugo er zijn kanttekeningen bij zou maken, maar innerlijk fier zou zijn mee te hebben geknutseld aan de vorming van een opkomende groep politici. En dat zijn eigen zoon, Willem-Frederik, het voorwoord wou schrijven, is iets waarvoor onze redactie bijzonder dankbaar is.

Dit tijdschrift is geen liber amicorum, laat staan de politieke memoires van Hugo Schiltz. Het is vooral een aanzet tot meer, veel meer, want de rijkdom van Hugo’s politieke en intellectuele erfenis is niet in de beperktheid van dit tijdschrift te vatten.

Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

LINK 6 – oktober 2006

link_2006_10_cover
Wanneer dit nieuwe nummer van LINK verschijnt, is het al weer meer dan twee maanden geleden dat Hugo Schiltz ons kwam te ontvallen. Het was met een voor mijn doen zelden gevoelde leegheid dat ik zijn overlijden aanhoorde, een zelfde verslagenheid zoals ik het bij het afsterven van mijn eigen vader en moeder had gevoeld. Een gevoel alsof een beschermend dak boven je plots verdwijnt, alsof de laatste reddingssloep die enkel bij hoogste nood zou worden gebruikt, losslaat en je verlaat.

Hugo een nauwe vriend noemen, zou mezelf teveel eer aandoen, maar na hem vijftien jaar bijna wekelijks op vergaderingen en bijeenkomsten te hebben ontmoet, wist ik dat ik Hugo steeds kon bereiken voor de nodige adviezen en bijstand. Zijn eruditie, zijn ervaring, zijn gedrevenheid en zijn plichtsbewustheid maakten van hem een uniek mens in wiens gezelschap het steeds aangenaam toeven was. Uitgerekend op het spirit-congres waar over een kartelsamenwerking met sp.a werd beslist, had ik de eer Hugo voor zijn 75ste verjaardag te vieren. Zijn leeftijd was een getal dat niet paste bij een man die nog steeds van zijn jeugd aan het genieten was. Het deed me verwijzen naar Brels “La chanson des vieux amants”, want Hugo was zo’n zeldzaam talentrijk man die, hoewel ouder geworden, toch nog jeugdig fris, soms zelfs speels kon verrassen en verrast kon worden.

Vele lezers van LINK zal het niet ontgaan zijn dat dit eigenste tijdschrift pretentievol een opvolger wil zijn van zijn cahiers “Vlaanderen Morgen”. Hij bezag ons nieuw project dan ook met een zekere fierheid, maar evenzeer met een vrees voor het welslagen ervan omdat hij wist hoe veel energie het vergde om telkens opnieuw waardevolle bijdragen te bekomen. Mede dankzij zijn hulp slaagde onze redactie vooralsnog in dit opzet. Het verdwijnen van onze mentor laat ons nu verweesd en dakloos achter. Naast de grafrede die Godfried van der Perre in dit nummer laat publiceren, zal het volgende nummer volledig aan Hugo Schiltz gewijd zijn. Maar eigenlijk zal de creatie van elk nieuw nummer een blijvend eerbetoon worden aan Hugo.

Het is opvallend hoe vraagstukken over het behoud van het vertrouwen in een wijzigende maatschappij, het beantwoorden van soms irrationele onzekerheidsgevoelens en het zoeken naar een evenwicht tussen identiteit en wereldsolidariteit – thema’s die Hugo als Vlaams-nationalist met een realistische, open kijk op de wereld sterk bezighielden – dit nummer beheersen. Het is evenzoveel keer een zoeken naar antwoorden op de nog steeds sterker wordende neiging om Vlaanderen in zichzelf te laten keren, om ons af te sluiten in een bekrompen eigen gelijk. In haar analyse van het economisch project van het Vlaams Belang duidt Hilde Coffé hoe deze partij zich zo strategisch richt tot de klassiek-liberale kiezer, veeleer dan dat ze effectief een vernieuwend economisch project voor Vlaanderen uittekent. Terecht verwijst ze naar de inconsistentie tussen het enerzijds pleiten voor meer buitenlandse investeringen en het pleidooi om anderzijds toch maar alles in Vlaamse handen te houden. Eens te meer wordt aangetoond dat het Belang nalaat om oplossingen aan te bieden voor de problemen die ze meent te detecteren. En nochtans is net dat wat van politici verwacht wordt: dat ze problemen aanpakken en oplossen, dat ze richtingen uittekenen en keuzes voorstellen.

De bijdrage van Anton Derks is in dat licht zo interessant. Hij belicht de verrechtsing bij de arbeidersklasse, waarbij de klassiek linkse materialistische antwoorden helemaal geen soelaas brengen bij een bevolkingsgroep die terecht hunkert naar “waardigheid en respect”. Via het links-liberalisme worden hier wel pogingen tot antwoord op geformuleerd doordat we eenieder volop kansen willen geven om zichzelf naar eigen inzicht en talent, maar in volle verantwoordelijkheid voor eenieders gemeenschapstaak, te laten ontwikkelen. Het is een pleidooi voor verruimend denken, een sterk pleidooi voor vernieuwend cultureel denken.

Het is in eenzelfde optiek dat de getuigenissen uit het beroepsonderwijs van Ingrid Scheldeman, Damienne Tant en Steven Broos dienen gelezen te worden. Het zijn stuk voor stuk vragen van betrokken en enthousiaste leerkrachten die een diversiteit van uitdagingen in hun onderwijs aankaarten. Gaande van leerlingen die in het watervalsysteem terechtkomen, over de problematiek van cultuur- en taalverschillen en de moeilijkheden die dit met zich brengt, tot een veldanalyse van de begeleidingsuren. Het antwoord van minister Frank Vandenbroucke vormt voldoende voedsel tot verdergaande discussie over ons onderwijsbestel. De moeilijkheden die men in de “rauwe werkelijkheid” (dixit Vandenbroucke) als leerkrachten ervaart, maken mensen als mezelf, die enorm geloven in de maatschappelijke hefboomkracht van het onderwijs, niet direct vrolijk. De problemen die het onderwijs (en navenant ook het beleid) dient te bevechten zijn immens, maar blijven het bevechten waard zolang we via het onderwijs leerlingen vormen die niet alleen beroepstechnisch geschoold geraken, maar tevens een voldoende waardebesef meekrijgen waarbij verscheidenheid als een meerwaarde wordt aanzien. Op die manier kunnen rechtspopulistische groeperingen die een vijandbeeld en angst voor het onbekende cultiveren, maar weigeren (of er niet in slagen) oplossingen aan te reiken voor terechte verzuchtingen, hopelijk ontmaskerd worden.

Met de bijdragen van Prof. Pierre Devolder en Mevr. Tetty Rooze willen we daarentegen wel een inbreng doen in het zoeken naar antwoorden op de angstgevoelens in onze samenleving. Zo zet Prof. Devolder op zeer bevattelijke wijze het beginsel van “de notionele rekeningen” uiteen. Het is een verdere uiteenzetting van het pensioensysteem van wat in politieke kringen als het “Scandinavisch model” heet. Het vormt een antwoord op de angst van velen dat de komende vergrijzing het uitdrogen van de pensioenstelsels zal betekenen. Tezelfdertijd vormt het een zachte oproep om in wat een collectief solidariteitssysteem is toch eigen verantwoordelijkheid op te nemen. In haar discours voor een regularisering van mensen zonder papieren kaart Tetty Rooze krachtig de problemen van illegale migratie aan. Het zijn problemen waar politici niet blind kunnen voor zijn, niet alleen omdat de diverse hongerstakingen ons er constant aan herinneren, maar vooral omdat het rechteloos zijn in een samenleving die door een complex web van wetten en regels wordt samengehouden niet langer aanvaardbaar, laat staan houdbaar is. Haar discours zet deze problematiek prominent op de agenda bij volgende regeringsonderhandelingen.

Bij het opstarten van LINK wensten we verbanden te leggen. De aangekaarte themata in dit nummer zijn onlosmakelijk verbonden met het politieke veldwerk, ook van de zopas verkozen gemeentemandatarissen. Het is een aanzet om gevoelens van angst en onzekerheid aan de wortel weg te nemen, een aanzet om de burger – zoals Herman Lauwers het in zijn “Quod Non” schrijft – “meer geloof te geven in zijn democratische rechten”. Een groter eerbetoon aan Hugo Schiltz is moeilijk denkbaar.

Lees de rest van dit artikel »

LINK 5 – juli 2006

link_juli2006
Ruim zestig jaar na het einde van de tweede Wereldoorlog blijft de duale samenleving de aardbol in tweeën klieven. Decennia van economische groei hebben daar niets aan gewijzigd, eerder het tegendeel. Armoede is meer dan ooit een massavernietigingswapen. En het heeft enkele nieuwe, donkere gezichten gekregen. AIDS bijvoorbeeld, de sluipmoordenaar die eind de jaren tachtig onze samenleving schokte tot in het diepst van zijn vezels, maar ondertussen ten gevolge de gewenning ons amper nog kan beroeren. De situatie is nochtans niet verbeterd sindsdien. In zijn bijdrage schetst Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Roegiers de tragische geschiedenis van HIV. Wereldwijd lopen 40,3 miljoen mensen met het AIDS-virus rond, een tijdbom in het lijf die met ongenadige precisie enkel tot de dood kan lijden.

De cijfers stijgen nog elk jaar, in ons land, maar vooral in Azië en Afrika. Zestig procent van alle besmettingen zit geconcentreerd in Subsaharaans Afrika. AIDS gaat immers vrij selectief te werk: het kiest zijn slachtoffers vooral bij de armste lagen van de wereldbevolking. Niet omdat je het krijgt door ondervoeding, zoals de Zuid-Afrikaanse president Mbeki enkele jaren terug nog met de grootste stelligheid beweerde. Wel doordat kennis, via het onderwijs, een goed uitgebouwd medisch netwerk en adequate media-informatie, noodzakelijk is om aan preventie te doen. En dat is vooralsnog het enige “medicijn” dat tegen AIDS opgewassen is.

De duale samenleving is ook in ons land hardnekkig aanwezig. De zegebulletins die melden dat het spaarvermogen van de gemiddelde Belg nooit zo hoog was als vandaag, vertellen er niet bij dat dit vermogen vooral bij een kleine groep welstellenden geconcentreerd zit. Aan de onderste treden van de sociale ladder woekert de overmatige schuldenlast. Meer en meer mensen gaan leningen aan, soms voor banale zaken zoals een DVD-speler of een reisje naar de zon, maar de grootste groep ook om simpelweg te overleven. Medische kosten, verwarming, schoolkosten, huur, … de prijzen swingen de pan uit en raken keihard diegenen die zo al zonder marge zaten. Uit het interview met Ides Nicaise, hoofd van het Hoger Instituut voor de Arbeid, leren we dat vooral het stijgende aandeel -25 jarigen met financiële problemen in het oog springt. Dat belooft niet veel goeds voor de toekomst.

De situatie is in het algemeen uitermate alarmerend. Het zet Martin De Loose van het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling er toe aan om te pleiten voor een algemeen pact tegen de overmatige schuldenlast. Maar ook hier speelt kennelijk de gewenning, of is het eerder berusting? Trouwens, wie schulden heeft, zal die wel aan zichzelf te danken hebben. Het systeem is onverbiddelijk, zeker in het steeds koeler wordende Vlaanderen. De cijfers van Martin De Loose liegen er niet om: Vlaanderen spendeert per jaar amper 174.000 euro aan preventie van schuldenlast. In groot contrast hiermee staan de 2.412.000 euro die Wallonië investeert. Als Vlaanderen nog eens vol arrogantie de zuiderburen de mantel wenst uit te vegen onder het motto “wat we zelf doen, doen we beter”, kan ze misschien maar beter eerst zorgen dat haar eigen huishouden op orde is.

De verkiezingsuitslagen, peilingen, de gesprekken op straat geven het aan: er waait een gure wind door Vlaanderen. Maar net dan is het meer dan ooit noodzakelijk dat de progressieven zich pal stellen. Links-liberalen hebben hierbij een belangrijke taak te vervullen. Solidariteit en verantwoordelijkheid zijn de medicijnen die onze samenleving nu nodig heeft. Hoopgevend zijn dan bijvoorbeeld de talrijke organisaties die het opnemen voor de rechten van asielzoekers. Ook al reflecteren hun acties een soms al te naïef wereldbeeld, over het engagement kunnen we ons alleen verheugen.

Gelukkig zijn er dus nog mensen en verenigingen die hun verantwoordelijkheid willen opnemen, omdat uiteindelijk elk collectief belang ook een individueel belang is. In hun bijdrage onderlijnen federaal volksvertegenwoordiger Annelies Storms en haar medewerker Cédric Verschooten, de noodzaak hiervan. Ze lichten tevens hun wetgevend werk toe om verenigingen het recht te geven het collectief belang ook voor de rechtbank te verdedigen. Niet om het NIMBY-syndroom te institutionaliseren, maar om mensen de kans te geven de maatschappij mee te vormen en te behoeden voor dreigend onheil. De overheid, hoe belangrijk ook, kan immers niet elke zorg en verantwoordelijkheid op zich nemen. En heel af en toe moet de burger zelfs tegen een al te enthousiaste overheid “beschermd” worden.
Eén politiek niveau kan je momenteel niet echt van overdreven enthousiasme verdenken: de Europese Unie. De éénmakingsgedachte lijkt na de njets in het Frans en Nederlands referendum over de Grondwet, op sterven na dood. Daar kan een voluntaristisch boek zoals Guy Verhofstadts “De Verenigde Staten van Europa” weinig aan veranderen. Frank Ingelaere wijst in zijn boekbespreking terecht op het ritmeverschil tussen de Europese bevolking en dat van de politieke leiders. Voor de publieke opinie gaat het allemaal wat te snel. Europa was een project dat zekerheid en vertrouwen moest schenken, maar lijkt nu vooral velen schrik aan te jagen.

Dat betekent niet dat we de Europese droom moeten opgeven, integendeel. Het is meer dan ooit noodzakelijk om de publieke opinie duidelijk te maken hoe ongelooflijk belangrijk Europa is voor democratische, sociale en economische stabiliteit. Maar niet eender welk Europa natuurlijk. Zolang economische groei primeert op sociale rechten, blijven links-liberalen met heel wat bezwaren zitten. En zolang de enge staatsgedachte primeert op een open ruimte van volkeren en gemeenschappen, blijven regionalisten op hun honger zitten. Om die reden werd 25 jaar geleden de Europese Vrije Alliantie opgericht, om mensen van het juk van staatsgrenzen te bevrijden en de kans te geven de eigen identiteit, in interactie met de ander, te ontwikkelen. Mathieu Van Haelewyn schetst in zijn artikel de boeiende geschiedenis van die Europese Vrije Alliantie. Een onafgewerkt verhaal.

En daarmee bevat ook dit nummer van Link zijn donkere verhalen, maar ook lichtpunten. Zolang de hoop primeert op het doemdenken, gaan we daar nog een tijdje mee door. Alvast veel leesgenot!

Lees de rest van dit artikel »

LINK 4 – april 2006

link_april2006
België is niet in evenwicht. Nooit geweest. De Koningskwestie, het katholieke Vlaanderen en het vrijzinnige Wallonië, het vlakke land en de Ardense heuvels, de groot-Nederlandse gedachte of de Romaanse taal, de transferten of de solidariteit in de sociale zekerheid? België bestaat niet. Net het ontbreken van het evenwicht zorgt voor de ergernis en de rijkdom van ons federaal systeem.

Minister van Staat Hugo Schiltz en Melchior Wathelet jr., CDH-fractieleider in de Kamer, kruisen in een interessante kijk op het Manifest van de Warandegroep de degens over de institutionele toekomst van Vlaanderen en Wallonië. De conclusie van de Warandegroep dat het Belgisch niveau geen meerwaarde meer biedt aan de Vlaamse en Waalse bevolking, maar leidt tot efficiëntie-verlies en onmacht om de uitdagingen van de toekomst doelmatig aan te pakken, leidt, enerzijds, tot een pleidooi voor meer Vlaamse zelfstandigheid, en, anderzijds, tot een oproep voor het behoud van de Belgische federale structuur als een opportuniteit om onze regio’s welvaart te brengen. Onmiskenbaar zal economische ontwikkeling meer lokaal uitgebouwde beleids- en beslissingsbevoegheden vereisen, die echter ingebed moeten worden in een groter, stabiel politiek geheel. Het blijft mijn overtuiging dat de vraag naar samenwerking voor meer welvaart en welzijn, dat de belangrijke uitdagingen zoals de globalisering en de vergrijzing, alleen maar kunnen beantwoord worden binnen confederale politieke structuren, of, zoals Schiltz schrijft, door clusters van regio’s.

Vlaanderen en Wallonië een “cluster” kunnen vormen zal voornamelijk afhangen van de nieuwe communautaire dialoog die zich in 2007 aandient. De dialoog niet voeren en nieuwe stappen naar confederalisme uitsluiten of slechts minimalistisch toestaan, kan slechts revolutionair beantwoord worden met een njet tegen de vorming van een nieuwe federale regering. Niet omwille van de communautaire scherpslijperij, maar om goed bestuur in beide landsdelen mogelijk te maken. De deelstaten hebben recht op politieke instrumenten voor een efficiënter werkgelegenheidsbeleid, om een sterke concurrentiepositie af te dwingen, om de sociale zekerheid voor de mensen solidair te houden.

Langer werken, loonmatiging, betaalbaarheid van de pensioenen, men zou voor minder uit evenwicht geraken. Van sleutelplan tot generatiepact: het zijn de generische politieke middelen in ons land om de welvaart op koers te houden. Maar daarachter schuilen de zwarte gaten: de dreigende concurrentieboom vanuit Azië, het doemscenario van een Europese politieke desintegratie en een zogenaamd groeiend en nieuw sociaal profitariaat dat, paternalistisch geregeerd door vadsige koningen, opmarcheert naar gerechtigheid in totale anarchie. De economische groei in China degradeert onze loonhandicap met Duitsland tot een fait divers. De strubbelingen rond de goedkeuring van de Europese grondwet leiden de aandacht af van de moeilijke uitbreiding van de EU. De groeiende kloof tussen arm en rijk, de ongecontroleerde migratie en het leger van mensen zonder papieren, als steden zo groot, vragen om een nieuwe invulling van het begrip solidariteit. Het is niet ondenkbaar dat een toevallige combinatie van deze drie aangekondigde kronieken Europa naar “der Untergang” leidt. Zijn massale ontslagen en werkloosheid in de industrie, een verdeeld democratisch Europees leiderschap tegenover een sterk neo-conservatief Amerikaans chauvinisme en rellen in de banlieus, tekenen aan de wand? We hebben het nog nooit zo goed gehad. Maar, zijn we klaar voor een duurzame omwenteling?

In het Noorden van Europa wel. Scandinavië transformeerde zijn traditionele huishouden naar een competitieve kenniseconomie met een hoge werkgelegenheidsgraad en voldoende sociale bescherming. Naast de economische component van creatieve economie en technologische vooruitgang, de politieke component van stabiliteit, is er ook de sociale component met de veranderende leefsituatie van mannen en vrouwen binnen gezinnen en bedrijven. De evenwichtige combinatie van het gezins- en beroepsleven is een conditio sine qua non om ons maatschappelijk leven te her-ordenen. Beroepsleven, gezinsarbeid, vorming en opleiding, persoonlijke verzorging, vrije tijd en sociale arbeid moeten evenwichtig georganiseerd worden om volwaardige ontwikkeling mogelijk te maken. Dit vereist belangrijke randvoorwaarden: zoveel mogelijk mensen, man en vrouw, moeten kunnen toetreden tot de arbeidsmarkt, langer werken met minder uren per week, gratis kinderopvang, uitbreiding van zorgverloven zoals ouderschapsverlof, verlof voor palliatieve verzorging of bijstand van zieke gezinsleden, tijdskrediet met behoud van sociale rechten, een vervangingspool voor zelfstandigen, een gezinsvriendelijke bedrijfscultuur, enz. Het zijn maatregelen die bedrijven kunnen gebruiken als hefboom naar doelmatige arbeidsorganisatie. Het zijn maatregelen die de problemen aanpakken van een groeiende groep eenoudergezinnen. Het zijn maatregelen die ervoor zorgen dat onze verzorgingsstaat niet langer bedreigd wordt. Hogere participatie aan het arbeidsproces, maar ook een dam tegen (de vervrouwelijking van) de armoede.

15% van de Belgische bevolking valt onder de armoedegrens, dat is meer dan anderhalf miljoen mensen. Opvallend: onder de werkenden treffen we tussen 4 en 6% armen aan. Eén van de oorzaken is, inderdaad, één kostwinnaar in een gezin met afhankelijke gezinsleden. Het uitgangspunt blijft, zowel economisch als sociaal, om zoveel mogelijk mannen en vrouwen de kans te geven om tijdens hun levensloop beroeps- en gezinsarbeid evenwichtig te combineren. Het armoedeprobleem verengen tot alleen een gebrek aan werk, is natuurlijk niet juist. Veel andere factoren spelen een even belangrijke rol, zoals wonen, gezondheid, onderwijs, cultuur. De onpopulariteit van armoedebestrijding is wellicht mee te wijten aan haar complexiteit. Voor Daniëlle Dierckx van de Onderzoeksgroep Armoede en Sociale Uitsluiting aan de Universiteit Antwerpen is armoedebeleid aan de durvers.

Arm en rijk, dat is een onevenwicht in de wereld. Deze Link biedt u veel onevenwicht aan. Over communautaire kwesties, over sociale (on)rechtvaardigheid, over het wetgevingsbeleid in dit land. Het links-liberalisme is een schijnbaar onevenwicht, maar in zijn antwoorden op maatschappelijke vraagstukken, of het nu over confederalisme gaat of over het sociaal-economisch combinatiemodel voor het beroeps- en gezinsleven of over radicale democratie, biedt het alleen maar evenwicht aan.

Lees de rest van dit artikel »

LINK 3 – december 2005

link_dec2005
In het edito schrijft journalist Bart Eeckhout over het generatiepact. Terecht heeft hij het over de lage activiteitsgraad en de te hoge lasten op arbeid. Maar hij laat ook de andere kant zien, namelijk de angst voor de hardvochtige hervormingen. Misschien biedt het Zweedse model hier een antwoord op?

Politieke partijen zijn in beweging. Ze zoeken voortdurend naar nieuwe manieren om kiezers te bekoren, soms in samenwerking met anderen. Professor Marc Hooghe doet aan de K.U.Leuven onderzoek naar sociaal kapitaal en politieke participatie in Vlaanderen. Hij publiceert over evoluties in het verenigingsleven en in het partijenlandschap. In het interview overlopen we enkele recente evoluties en speuren naar kansen voor een links-liberale partij.

Bart Martens geeft in zijn bijdrage een duidelijk beeld over onze energievoorziening en de toekomstperspectieven. Fossiele brandstoffen zijn over tot 40-60 jaar uitgeput, ook uranium. Inzetten op kernenergie vermindert geenszins onze afhankelijkheid van eindige energiebronnen. Martens pleit voor de Trias energetica. Dit houdt in dat je de vraag moet beperken, hernieuwbare energiebronnen maximaal gebruiken en efficiënte technieken moet inzetten om de resterende fossiele brandstoffen op te wekken. In het artikel wordt overtuigend aangetoond dat dit geen punt van discussie meer is. De vraag is niet of hernieuwbare energie zal ontwikkelen tot concurrentiële oplossingen voor grote schaaltoepassingen, de vraag is: “Zal Vlaanderen een positie verwerven in deze ontwikkeling?”
Koen T’Sijen geeft vervolgens aan dat de liberalisering van de energiemarkt heeft geleid tot een verlaging van de factuur en een verlaging van het aantal afgeslotenen. Soms liggen de geliberaliseerde tarieven zelfs lager dan het sociale tarief.

In de uitvoerige bijdrage van Loobuyck worden burgerschap en nationaliteit op een politieke en filosofische manier uiteen gezet. In het eerste deel analyseert hij het liberalisme als politiek filosofische stroming. Dit liberalisme kan je aan de hand van 5 termen typeren, namelijk pluralisme & tolerantie, vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. Iets waar de verschillende politieke liberale strekkingen allemaal, met de nadruk op een onderdeel, gebruik van maken. Vervolgens plaatst hij dit liberalisme tegenover het communitarisme, het burgerschapsconcept, identiteitsvorming, taalverwerving, etc. Opvallend is hoe in de conclusie de terminologie gelijke kansen, vrijheid en verantwoordelijkheid naar voor wordt geschoven. Van waar kenden we dat nu weer?!

Vlaanderen en Wallonië vormen samen één land, maar de cijfers over jeugdwerkloosheid, economische groei, tewerkstellingsgraad, belastingopbrengsten, investeringen,? geven een volledig verschillend beeld. De verschillende Waalse herstelplannen willen hier een antwoord op bieden. Maar volstaan ze en moet Wallonië zich ook niet minder op Vlaanderen en meer op groeipolen zoals Aken-Maastricht, Luxemburg, Kortrijk-Rijsel en Brussel richten. Jan Van Doren geeft in zijn bijdrage een feitelijke en stevig onderbouwde visie op waar Wallonië heen moet gaan, “Wallonië quo vadis?”

Het internationaal artikel handelt over de Noord-Ierse kwestie. Dit politiek landschap is sterk gepolariseerd rond twee ideologieën, namelijk het nationalisme en het unionisme. Pieter Van de Poele schreef een historische bijdrage en verschaft ons een context over onder meer het “Goede Vrijdagakkoord”. Het fanatisme van deze jarenlange strijd ligt, naast het territoriaal conflict, ook in de non-tolerantie van het katholicisme tegenover het protestantisme en omgekeerd. Het gevoel van wantrouwen en soms zelfs haat is tot elke facet van de samenleving geslopen. De sleutel voor vrede ligt dan ook vooral in handen van de bevolking zelf. Tot slot zijn er nog drie boekbesprekingen over respectievelijk “Vrijheid als ideaal”, “Free world” en “Mister China”.

Lees de rest van dit artikel »

LINK 2 – september 2005

link_sept2005
Bart Sturtewagen vraagt zich in zijn column “Succes in een nieuw tijdperk” af of er eigenlijk al fundamenteel wordt nagedacht hoe onze economie er over 20 jaar zal uitzien. Waar kan de meerwaarde voor Vlaanderen nog liggen? Alle onheilsverhalen van delokalisatie naar Bulgarije en China ten spijt blijft hij echter optimistisch. De uitdaging is groot, maar haalbaar.

In dit nummer wordt een aanzienlijk deel van LINK aan de vergrijzing besteed. Wie de vergrijzing vooral ziet als synoniem van onbetaalbare pensioenen zal hier een realistische diagnose vinden waarbij het sociaal belang van het pensioen wordt onderstreept en besparingen op het pensioenstelsel worden afgewezen. Het pleidooi voor regelmatige verhogingen en voor een aanvullend pensioen voor iedereen is voor Becquaert een haalbare kaart mits het inbouwen van meer solidariteit, een verhoogde activiteitsgraad van andere werknemers en een stevige economische groei. Een verlaging van de pensioenleeftijd hoeft niet, wel een gedifferentieerde pensioenleeftijd met loopbaanvoorwaarde. Becquaert stelt terecht dat het korte beroepsleven een zware druk legt op de actieven tussen 25 en 55 jaar.

Is immigratie dan een oplossing om aan de vergrijzing tegemoet te komen? Immigratie om de leeftijdsstructuur te stabiliseren lijkt een eenvoudige oplossing maar ze is het niet. Immigratie van laaggeschoolden zou zelfs een negatieve impact hebben op het inkomen per hoofd van de bevolking, waarschuwt de auteur. Enkel in knelpuntberoepen zou gekwalificieerd personeel met succes tekorten kunnen opvangen via selectieve immigratie. Van de Cloot ziet migratie vooral als een lonende investering voor de migrant zelf en een middel om de welvaart op wereldniveau te verhogen.

Het derde artikel handelt over de politieke keuzes die in Nederland werden gemaakt om de verzorgingsstaat overeind te houden bij toenemende kosten door de vergrijzing. Wouter Bos geeft een kritische kijk op de Nederlandse situatie. Hij verwijt de regering haar staatsschuldfetisjisme, waaraan bevorderen van arbeidsparticipatie, arbeidsproductiviteit en innovatie worden ondergeschikt. Dat vijf werkenden voor één 65-plusser moeten instaan en over 35 jaar voor twee vormt ook in Nederland een probleem. Er is een hervormingsagenda nodig die gericht is op een eerlijke verdeling van de lasten en op het vergroten van het draagvlak. Bos kiest daarbij voor solidariteit, voor verplichte vormen van sparen en verzekeren, en niet voor het versmallen van het zorgpakket. Hij waarschuwt dat door ontcollectiviseren van het pensioensparen minder gespaard zal worden en verdedigt het systeem van een eerste en tweede pijler zoals het in de Nederlandse oudedagvoorziening bestaat. Hij pleit resoluut voor het Scandinavisch model met hoge collectieve lasten en baten, aandacht voor duurzaamheid, sociaal beleid en imposante groeicijfers.

In het artikel over het Open Stadion Model geeft Els van Weert aan dat een voetbalclub meer moet zijn dan een klassieke sportvereniging. Naast het feit dat het vaak ook heuse bedrijven zijn die economische activiteiten opzetten, werknemers tewerkstellen en winst nastreven appelleert Van Weert aan de unieke maatschappelijke rol die profvoetbalclubs kunnen vervullen. Dat dit geen hersenspinseltje is, wordt uitdrukkelijk met internationale voorbeelden aangetoond.

Voorts vind je in het nummer nog een bijdrage over de waterstoftechnologie en haar toekomstperspectieven. Of we binnen enkele jaren niet meer op benzine, maar wel op waterstof zullen rijden wordt in dit artikel beantwoord.
Sub Sahara Afrika, voor velen is het synoniem voor een hopeloze opeenvolging van bloedige conflicten, hongersnoden, humanitaire crisissen, HIV/AIDS, corruptie en dictatuur. Anderen blijken dan weer gefascineerd door de veerkracht en creativiteit van de bevolking in het licht van de vele uitdagingen. Hans Hoebeke geeft een aantal belangrijke en recente tendensen aan in Sub Sahara Afrika.

De multiculturele samenleving staat reeds enkele jaren in het brandpunt van het intellectuele debat. Theorie en praktijk zijn echter vaak ver van elkaar verwijderd. Jannet van der Hoek probeert vanuit Nederland de begripsdiscussie te ontwarren en toont via het voorbeeld van opvoeding bij migrantengezinnen aan dat we een meer dynamisch cultuurbegrip moeten hanteren.

Tot slot vind je naast de klassieke boek- en rapportbesprekingen ook nog een reactie op het artikel van Rolf Falter. Had Vlaanderen nu een rechts of een links beleid na WO II. Falter zei links en Vanhooren zegt rechts.

Lees de rest van dit artikel »

LINK 1 – juni 2005

link_juni2005
In het Edito heeft professor Patrick Stouthuysen het over “De kazakdraaierij van spirit”. De oorsprong van deze zware woorden zijn te vinden bij het referendum over de Europese Grondwet. Spirit maakte immers niet zo’n beste beurt toen het zijn eigen voorstel afviel. Stouthuysen geeft vervolgens aan hoe het zover is kunnen komen, maar bovenal waarom Geert Lambert toch geen kazakkendraaier blijkt te zijn.

In het interview met Dirk Verhofstadt (= broer van) wordt het individualisme als basis voor het liberalisme naar voor geschoven. Verhofstadt beschrijft het individualisme als een emancipatorische bevrijdingsbeweging dat onder meer tot de ontvoogding van vrouwen en de opstanding van de burgerrechtenbewegingen heeft geleid. Liberalisme is volgens Verhofstadt een progressieve, en dus geen linkse of rechtse, beweging. Liberalisme is volgens hem ook de waarborg voor een meer welvarende 3e wereld. Nu heb je immers protectionistische blokken die het door middel van importheffingen de ontwikkeling van de wereldeconomie tegen gaan.

In het artikel over interactieve televisie beschrijft Dejonghe de hype in 1995 van het digitale tijdperk. Niettemin nestelde het digitale zich in al zijn facetten steeds dieper in onze maatschappij. Het interactief werken is via de ponskaarten, het klavier en de muis steeds overtuigender aanwezig. De uitdaging ligt in de digitale kloof. Want als je het digitale promoot moet je wel die 33% van mensen zonder internet digitaliseren. Erik Dejonghe stelt dan ook terecht dat technologie in dienst moet staan van de maatschappij en niet andersom.

Begrippen als multiculturaliteit, multiculturalisme, interculturaliteit en burgerschap moeten eerst wat verduidelijkt worden vooraleer een ernstig gesprek mogelijk is. In het artikel “Gemengde scholen en de opvoeding tot burgerschap” houdt professor Pinxten een pleidooi voor een onderwijs dat is gebaseerd op diversiteit en jongeren van iedere cultuur kansen geeft zich te vormen tot volwaardige burgers in een veelkleurige samenleving.

Zoals reeds aangetoond in het vorige nummer wil LINK zich ook in institutionele aangelegenheden verdiepen. In een artikel van Professor Deschouwer over het statuut van Brussel en een bijdrage van professor Uyttendale over Brussel als omgekeerde spiegel van België wordt de complexe structuur nog eens uit de doeken gedaan. Ook staan Deschouwer en Uyttendale stil bij het samenwonen van die verschillende gemeenschappen en hoe ze wel of niet kunnen samen leven.

De tekst van de journalist Rolf Falter handelt over de vraag of België 2010 haalt. Op basis van drie lagen van een ui geeft hij een haarfijne analyse van de onstaansgeschiedenis van het Vlaams Belang. 25 jaar geleden bestond de eerste laag de harde kern van de Volksunie, Antwerpenaren en enkelen die in WO II aan de verkeerde kant stonden. De tweede laag is die van socialistische kiezers en de derde laag is die van gegoede en oudere burgers die zich niet meer veilig voelen. In een tweede deel spreekt hij over de 4 mogelijke toekomstscenario’s van België, gaande van de niets doen tot een diepgaande staatshervorming. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de “regent van België” Elio Di Rupo.

Het internationale in dit nummer wordt door drie artikels belichaamt. Twee van de drie bijdrages handelen over het Non proliferatiebeleid. Diels en T’Sijen geven een historische analyse van het nucleaire beleid en zien het ontwapeningsvraagstuk als een prisoner’s dilemma. Ook beschrijven ze de rol van België via de EU en de NAVO in dit verhaal. De auteurs van het NGO-netwerk schetsen in hun artikel het precaire evenwicht tussen de landen met en de landen zonder nucleaire wapens.

Tot slot wordt er ook nog stilgestaan bij het referendum over de Europese Grondwet in Spanje. De boek- en rapportbesprekingen handelen respectievelijk over wijkontwikkeling en wijkvernieuwing, MIRA-T 2004 en de Ruimtelijke economie van de Belgische steden.

Lees de rest van dit artikel »